1. Alle personen met medische risicofactoren vanaf de leeftijd van zes maanden
a. patiënten met een chronische ziekte die het ademhalingsstelsel aantast, zoals astma, chronisch obstructief longlijden (COPD), mucoviscidose, bronchodysplasie;
b. patiënten met een chronische hartaandoening met uitzondering van niet-gecompliceerde hypertensie;
c. patiënten met diabetes;
d. patiënten met een chronische neuromusculaire aandoening;
e. patiënten die lijden aan een ernstige neurologische stoornis (bijvoorbeeld cerebrale paralyse);
f. patiënten met matige tot ernstige nier- of leverinsufficiëntie;
g. patiënten met immunosuppressie wegens ziekte of een behandeling;
h. patiënten met een erfelijke metabole stoornis;
2. Alle mensen die beroepshalve in aanraking komen met zieken (bv. Thuisverpleging, praktijkassistent, kinesisten, apotheker, …).
3. Alle onderwijzend personeel van kleuterschool, basisschool en middelbare school; alle kinderopvangpersoneel.
4. Zwangere vrouwen in het tweede en derde zwangerschapstrimester.
5. Vrouwen die in een programma zitten voor kunstmatige bevruchting.
6. Ouders van kinderen jonger dan zes maanden, of personen die op dergelijke kinderen passen.
Personen die niet tot de doelgroepen behoren
Het wordt afgeraden om personen die niet tot deze doelgroepen behoren te vaccineren. Ten eerste om doelmatig met de beperkte hoeveelheid van vaccins om te gaan.
Daarnaast is het ook belangrijk om zich te houden aan de doelgroepen uit medico-legaal standpunt. Complicaties van het vaccin bij personen die niet tot de doelgroepen behoren kunnen een probleem van aansprakelijkheid veroorzaken.